Centre MLM de belgique

Mao Tse-toeng : Bestrijdt het liberalisme ! – 1937

Dit artiekel werd door kamerad Mao Tse-toeng geschreven op 7 september 1937

Wij zijn voorstanders van de actieve ideologische strijd, omdat deze het wapen is dat de eenheid binnen de Partij en de revolutionaire organisaties verzekert hetgeen in net belang is van onze worsteling. iedere communist en revolutionair dient van dit wapen gebruik te maken.

Het liberalisme verwerpt de ideologische strijd en staat een op geen enkel beginsel gebaseerde vrede voor. Dit werkt een decadente en bekrompen houding in de hand en veroorzaakt politieke verwording bij bepaalde groepen en personen in Partij en revolutionaire organisaties.

Het liberalisme komt op vele uiteenlopende wijzen rot uiting.

Met kan de dingen op hun beloop laten terwille van het behoud van de vrede en de vriendschap als iemand duidelijk toont op de verkeerde weg te zijn ; afzien van het deelnemen aan een principiële discussie, omdat de andere een oude kennis is, een stadgenoot, een schoolvriend, een intieme vriend, iemand van wie men veel houdt, een vroegere collega of ondergeschikte ; met het doel vooral de goede verstandhouding niet in gevaar te brengen een bepaald onderwerp slechts even aanstippen in plaats dat men er diep op ingaat.

Het gevolg daarvan is dan dat zowel de organisatie als het individu van zulk een houding schade ondervindt. Dit is een eerste aspect van het liberalisme.

Zich schuldig maken aan onverantwoorde kritiek onder vier ogen in plaats dat men actief voorstellen naar voren brengt in de organisatie waartoe men behoort ; anderen niet ronduit zijn mening zeggen, maar achter hun rug rod-delen : zich totaal niets aantrekken van de beginselen die aan het collectieve leven ten grondslag liggen, maar slechts eigen inzichten volgen. Dit is een tweede aspect van het liberalisme.

De zaken op hun beloop laten als men er persoonlijk niet bij betrokken is ; zo min mogelijk zeggen terwijl men maar al te goed weet wat er verkeerd is ; wereldwijs zijn, buiten schot blijven en er enkel op uit zijn blaam te vermijden. Dit is een derde aspect van het liberalisme.

Geen bevelen willen opvolgen en eigen mening altijd voorop stellen. Willen dat de organisatie speciaal met u rekening houdt als u alle discipline van organisatie verwerpt. Dit is een vierde aspect van het liberalisme.

Discussies voeren over en de strijd aanbinden tegen verkeerde opvattingen, niet terwille van de eenheid, de vooruitgang of een betere gang van zaken, maar enkel en alleen om persoonlijke aanvallen te doen, ruzie te zoeken, uitirtg te geven aan persoonlijke wrok en gevoelens van wraak. Dit is een vijfde aspect van het liberalisme.

Verkeerde opvattingen horen verkondigen en geen enkele poging doen deze te weerleggen, zelfs contra-revolutionaire opmerkingen horen en deze niet rapporteren, maar er volkomen onbewogen onder blijven alsof niets was gebeurd. Dit is een zesde aspect van het liberalisme.

Contact met de grote massa van het volk hebben en zich onthouden van het maken van propaganda, geen agitatie voeren, niet het woord voeren op vergaderingen niets onderzoeken, geen inlichtingen proberen in te winnen bij de mensen, maar onverschillig staan tegenover hen, in het geheel niet begaan zijn met hun welzijn, daarbij over het hoofd zien dat men communist is en handelen als gewone niet-communisten. Dit is een zevende aspect van het liberalisme.

lemard de belangen van de massa zien schaden en zich in het geheel niet verontwaardigd tonen, niets doen om zo iemand tegen te houden, geen poging doen met zo iemand te praten, maar hem rustig zijn gang laten gaan. Dit is een achtste aspect van het liberalisme.

Het werk maar halfharting doen, zonder bepaald plan of zekere richting, maar wat knoeien en scharrelen. « Wie in een klooster is moet zo af en toe ook eens de klok luiden ». Dit is een negende aspect van het liberalisme.

Denken dat men zich zeer verdienstelijk heeft gemaakt voor de revolutie ; zich op de borst slaan omdat men tot de veteranen behoort, het mindere werk misprijzen terwijl men zelf niet voor belangrijker taken berekend is ; slordig werk leveren en de studie verwaarlozen. Dit is een tiende aspect van het liberalisme.

Zich van eigen fouten bewust zijn, maar geen enkele poging ondernemen deze te verbeteren en altijd zeer liberaal tegenover zichzelf zijn. Dit is het elfde aspect van het liberalisme.

Men zou nog meer voorbeelden kunnen noemen, maar deze elf typen zijn wel de voornaamste.

Zij zijn alle elf uitingen van een liberale houding.

Het liberalisme is in hoge mate schadelijk voor een revolutionaire collectiviteit. Een bijtende stof : vreet de eenheid weg, ondergraaft de onderlinge samenhang, veroorzaakt apathie en leidt tot tweedracht en onenigheid. Het berooft de gelederen der revolutionairen van de aaneengeslotenheid der organisatie en strenge discipline, het maakt de uitvoering van een bepaalde politiek onmogelijk en het vervreemdt de partijorganisaties van de massa van het volk die de Partij leidt. Het is een buitengewoon slechte tendens.

Het liberalisme spruit voort uit de zelfzucht van het kleinburgerdom ; deze stelt persoonlijke belangen voorop en de belangen van de revolutie op de tweede plaats en veroorzaakt een geest van liberalisme op ideologisch, politiek en organisatorisch terrein.

Mensen die liberaal denken beschouwen de beginselen van het marxisme als abstracte dogma’s. Zij zijn het in beginsel met het marxisme eens, maar zij zijn niet bereid dit beginsel in praktijk of geheel in praktijk te brengen ; zij zijn niet bereid het liberalisme op te geven en volledig marxist te worden. Zij hebben hun eigen marxisme, maar tegelijkertijd hun liberalisme − zij spreken als marxisten, maar leven als liberalen ; zijn passen op anderen het marxisme toe, maar op zichzelf het liberalisme. Zij houden beide artikelen in voorraad en doen met beide hun voordeel. Dit is de mentaliteit die bepaalde mensen bezielt.

Het liberalisme is een uiting van opportunisme en het staat in principe diametraal tegenover het marxisme. Het is negatief en komt objectief neer op het verlenen van hulp aan de vijand. Dit verklaart waarom de vijand het toejuicht dat het liberalisme zich in ons midden weet te handhaven. Daar dit de aard van het liberalisme is, mag er voor deze opvattingen geen plaats zijn in de rijen van hen die de revolutionaire zaak dienen.

Wij moeten het marxisme, dat immers een positieve geest ademt, gebruiken om het liberalisme, dat negatief is, te overwinnen. Een communist moet geestelijk op een hoog peil staan, standvastig en actief zijn en de belangen van de revolutie moeten hem even na aan het hart liggen als zijn eigen leven. Hij moet zijn persoonlijke belangen ondergeschikt weten te maken aan die van de revolutie. Hij moet overal en te allen tijde beginselvast zijn en onver-zettelijk in de strijd tegen alle onjuiste opvattingen en activiteiten teneinde het gemeenschapsleven van de Partij en de banden tussen Partij en massa te verstevigen.

De Partij, de massa moeten hem nader aan het hart liggen dan welke enkeling ook en hij moet zich bezorgder tonen over anderen dan over zichzelf. Slechts als hij aan deze eisen voldoet kan hij als een communist worden beschouwd.

Alle loyale, eerlijke, actieve en oprechte communisten moeten zich aaneensluiten en de strijd aanbinden tegen de liberale tendenzen van bepaalde mensen onder ons en hen weer op de rechte weg brengen. Dit is een van de taken die wij op ideologisch terrein moeten volbrengen.

samedi 29 septembre 2018


Oeuvre de Mao Zedong